Het mag niets kosten… 2 juni 2015

congress-by-design-e1446648719161

Schitterend artikel door: Jeroen Weijermars

De kracht van de herhaling wordt vaak geroemd door marketeers. En in de sport heeft men daar ook een handje van. Sommige uitspraken worden zo vaak herhaald dat na verloop van tijd niemand meer zich afvraagt of de stelling nog wel klopt. Begin 2015 beloofde ik een aantal veel gehoorde uitspraken – soms clichés – van sportbesturend Nederland tegen het licht houden. Daarmee kijkend of bestuurders nu echt een punt hebben of papegaaien zijn. Eerder schreef ik over ‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’ ,‘Een fusie? Daar zijn onze leden nog niet aan toe…’ , ‘Jongeren willen niet besturen’ en De 24 uurs-economie sloopt de georganiseerde sport. Vandaag: ‘Het mag niets kosten…’In de afgelopen maanden heb ik verschillende sportevenementen bezocht als toeschouwer dan wel als participant. Daarnaast heb ik sportabonnementen voor mij en mijn gezinsleden afgesloten. En ik ben niet uniek. Noch in het bezoeken van wedstrijden, noch in het meedoen daaraan noch in het afsluiten van sportabonnementen. Bij een play off eredivisiebasketbalwedstrijd zitten er zo een paar duizend andere liefhebbers om mij heen. Bij een voetbalwedstrijd tenminste tienduizend en bij een gemiddeld hardloopevenement rennen er tegenwoordig niet zelden meer dan tienduizend andere hardlopers om mij heen. Fitnessclubs, bootcamporganisaties en CrossFit-boxen schieten als paddenstoelen uit de grond. De prijs lijkt geen belemmering, het is allemaal niet echt goedkoop. Toch zijn de evenementen vaak in no time uitverkocht en worden abonnementen gretig afgenomen.

Business case
Tijdens een hardloopevenement probeer ik altijd een kleine business case te maken die neerkomt op de volgende formule: (aantal deelnemers * prijs) minus geschatte kosten. De realiteit is natuurlijk ingewikkelder maar het geeft wel een indicatie. En de variabele ‘prijs’ neemt steeds meer toe. Zelfs een wedstrijdje basketbal kijken kost nu al meer dan 20 euro, een wedstrijd eredivisievoetbal meer dan 30 euro, hardlopen bij de Color Run bijna 30 euro en meedoen aan de Mudmasters bijna 50 euro. Ook bij het afsluiten van een all-in abonnement voor fitness of een variant daarop kom je – tenzij je voor een echte discounter kiest – niet weg voor minder dan 35 euro.

“Vreemd dat de georganiseerde sport zo bang lijkt te zijn voor het professionaliseren van verenigingswerkzaamheden”

Sport sells! De sport minded Nederlander heeft geld over voor sport. In dat licht bezien is het eigenlijk vreemd dat de georganiseerde sport zo bang lijkt te zijn voor het professionaliseren van verenigingswerkzaamheden. Terwijl het inmiddels voor de hand ligt deze taken te laten uitvoeren door betaalde krachten. Sportverenigingen bestaan tot op heden echter nog steeds bij de gratie van betrokken leden. Deze betrokken leden leveren naast een bijdrage in geld (=contributie) een bijdrage in vrije tijd.

Het lid als consument
De trend van deze tijd is echter dat verenigingsleden zich steeds meer als consument gaan gedragen en minder animo hebben om een bijdrage in tijd te leveren. En als leden er bewust voor kiezen zich te onttrekken aan het basisprincipe van de ‘voor en door leden- vereniging’ en zich dus onttrekken aan het principe dat ieder lid bijdraagt aan het invullen van de noodzakelijke vrijwilligerstaken dan erodeert het systeem en komt de economische wetmatigheid van vraag en aanbod om de hoek kijken. Vrije tijd wordt door een ieder als schaars ervaren en dus ontkom je er – vroeg of laat – niet meer aan om vrije tijd in geld te waarderen. Het beoefenen van je eigen sport wordt dan duurder, maar de belasting in vrije tijd wordt als consument minder.

De reflex van de niet-commerciële georganiseerde sport is om te stellen dat het dan te duur wordt. Men gaat er vanuit dat de leden niet bereid zijn om meer te betalen. Eenvoudigweg omdat het lidmaatschap van een vereniging goedkoop moet zijn. Maar ik stel dat men al geen lid meer was maar consument. En consumenten zijn best bereid om serieus geld te betalen voor sportdiensten. Zie de eerdere opsomming van sportactiviteiten ter ondersteuning. Daaruit mag je volgens mij concluderen dat het adagium ‘het mag niets kosten’ zeker niet per definitie het geval is.

“Het serviceniveau moet omhoog. Want als men geen lid meer is maar consument dan wordt het verwachtingspatroon ten aanzien van de geleverde dienst hoger”

De benadering moet wel anders. Sportverenigingen moeten hun taken niet willen laten uitvoeren door ‘betaalde vrijwilligers’ maar door professionals. Dit kan overigens wel dezelfde persoon zijn maar met een andere mind set. Betaalde vrijwilligers blijven hun taken op dezelfde wijze doen als toen zij dat eerder deden als onbetaalde vrijwilligers. En dat is nou net wat er niet moet gebeuren. Het serviceniveau moet omhoog. Want als men geen lid meer is maar consument dan wordt het verwachtingspatroon ten aanzien van de geleverde dienst hoger.

Zoeken naar perfecte match
Begrijp mij goed, de taken kunnen door dezelfde persoon uitgevoerd blijven worden maar dat is niet perse noodzakelijk. Soms kan dat namelijk-  gegeven de taken en de daaraan gekoppelde persoon – dit niet de juiste match zijn. Dit in stand houden van taken die worden uitgevoerd op vrijwillige basis is eigenlijk al onverstandig maar soms moeilijk te voorkomen. Bij betaalde taken echter moet naar de perfect match gezocht worden. Want wie betaalt bepaalt.

Voorname vragen zijn ‘In hoeverre kan je de bijdrage die leden niet meer wensen te maken in vrije tijd in geld uitdrukken?’. En ‘Los je problemen in de georganiseerde sport op door taken die niet meer worden ingevuld door vrijwilligers door betaalde vrijwilligers in te zetten?’

“Wie ooit vrijwilliger is geweest kent het ‘vergaderen om te vergaderen’

Niet alle problemen natuurlijk. Zo zijn er zijn verschillende berekeningen die aantonen dat wanneer alle vrijwilligerstaken in de sport zouden worden uitgevoerd door betaalde krachten het onbetaalbaar wordt. Maar in dat geval gaat er ongetwijfeld ook naar efficiency gekeken worden. En wees eerlijk, wie ooit vrijwilliger is geweest kent ook de voorbeelden zoals ‘vergaderen om te vergaderen’, de gezelligheid is dan belangrijker dan de output.

Kop in het zand
Daarom is het één-op-één doorrekenen van het aantal uren dat er door vrijwilligers in een vereniging gestoken wordt tegen een uurprijs kort door de bocht. Misschien wel net zo kort door de bocht als de businesscase die ik tijdens evenementen zelf bereken. Bovendien ben ik de eerste om te zeggen dat de gezelligheid juist overeind moet blijven. Maar wanneer je met elkaar constateert – door de praktijk gedreven – dat het huidige model van verenigingsmanagement niet langer houdbaar is, dan is het naïef om je kop in het zand te steken en nog naïever om een nieuwe radicaal andere aanpak helemaal niet te overwegen.

In dat kader is het verdergaand professionaliseren en dus meer betaalde krachten inzetten voor het kunnen uitoefenen van de sport op zijn minst het onderzoeken waard. Dit is een serieuze stap verder dan het aanstellen van een verenigingsmanager. Of het alleen maar uitbetalen van de functies die je niet ingevuld krijgt. Zoals veel voorkomt bij een tekort aan scheidsrechters of het afkopen van de bardienst. Dan mag het vaak ineens wel wat kosten.

Radicale omslag
We zijn dus al met een verschuiving begonnen. En om die compleet te maken zou het goed zijn om dit eens te overwegen om dit te doen voor het complete scala aan verenigingstaken: van scheidsrechteren, barbezetting, tot trainingen, management (bestuur), verenigingscommunicatie (clubblad en website), enz.

Ik geef toe het is een radicale omslag. Maar op enig moment het overwegen waard, als leden niet meer willen bijdragen in vrije tijd en het invullen van taken niet meer zien zitten. Menig lezer zal nu schamperend mompelen dat dit allemaal Utopia is en dat dit echt niet kan. Mijn tegenwerping is dat het Utopia is om vast te houden aan structuren die ingehaald zijn door de tijd. Op termijn gaat het dan pas echt wat kosten: en wel uw vereniging en uw sport. Dus waar kiest u voor?

Jeroen Weijermars is met Zjerom ondernemer in sportmanagement en sportmarketing. Daarnaast geeft hij als parttime docent aan de Johan Cruyff University les in de vakken sportmanagement, sportmarketing en media. In zijn vrije tijd is hij lid van het bondsbestuur van het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond (KNKV) met als aandachtsgebied marketing en communicatie. In 2014 behaalde hij zijn MBA Sportmanagement bij het Wagner Instituut te Groningen. Voor meer informatie: jeroen.weijermars@zjerom.nlTwitterLinkedin ofwww.zjerom.nl

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s