Stijn Stijnen of het trieste lot van de afgeserveerde doelman: de pijn van de bank.

woensdag 23 februari 2011
bron: de standaard online
Auteur: Hans Vandeweghe

Voetbal
Meer dan welke voetballer levert de keeper een gevecht. Eenzaam tegen de spits, de flaterende verdediger, de zwabberbal, soms ook de trainer, maar het zwaarste van alle gevechten levert hij tegen de bank. Alle middelen, ook cyberspace, zijn gepermitteerd om daar weg te blijven.

Stijn in betere tijden

Piop en Frigo zijn niet Stijn Stijnen. Piop en Frigo zijn ook niet Veerle, de vrouw van Stijn Stijnen. Piop en Frigo zijn alter egos van Steven Stijnen, de broer van. Dat is de officiële versie die toevallig ook goed uitkomt om een ontslag om dringende redenen te vermijden. Oké, maar zolang Stijn Stijnen beroepshalve ballen tegenhoudt en nog lang daarna, zal zijn naam onlosmakelijk verbonden blijven met de internetprofielen Piop en Frigo en hun campagnes pro Stijnen en tegen zijn concurrenten en het bestuur.

Psycholoog Jef Brouwers had een snelle analyse klaar: ‘Stijnen zat in een negatieve spiraal.’ Ook al was het zijn omgeving die uit de bocht ging, dat is wellicht de nagel op de kop. Het lijdt geen twijfel dat Stijnen wist dat de fora vanuit zijn directe omgeving bestookt werden met fan- en bijna lovemail over zijn persoon, maar hoe is het zo ver kunnen komen? En waarom moet dat negativisme zo’n autodestructieve vormen aannemen?

Stijn vangt ze!

Wim De Coninck, voetbalanalist bij Belgacom, zelf jarenlang doelman van onder meer de nationale ploeg en op het laatst ook bankzitter, begrijpt het niet helemaal. ‘Stijnen had tot dit seizoen een mooi parcours afgelegd. Hij had ook blijk gegeven van geduld en evenwicht. Ten slotte had hij pas op latere leeftijd – met die reddingen tegen Juventus – zijn status van nummer één gekregen. Daarna kwam die niet meer in gevaar. Oké, hij zei zelf de nationale ploeg op, maar hij bleef zijn punten pakken voor Club. Dit jaar heeft hij maar weinig gespeeld en hij overtuigde niet. Was het die opeenvolging van blessures of de gekmakende gedachte “het zal toch niet waar zijn dat ik uit de ploeg vlieg,?’

‘Ik kan geen lijn vinden in de Stijnen die tot vorig jaar heerste over zijn doelgebied en de Stijnen van dit seizoen. Hij was voor mij de doelman die weinig trainde maar toch goed speelde. Stijnen kwam daar makkelijk mee weg, want hij presteerde. Dat wijst op een mentaal overwicht. Maar goed, wellicht is ook hij in snelheid gepakt door de toenemende concurrentie en de bestuurlijke revolutie. Misschien is hij wel aan zichzelf beginnen twijfelen en dat moet vreselijk zijn voor iemand die tot dan zelfvertrouwen te koop had. Misschien had een psycholoog kunnen helpen.’

Aanslag op het zelfbeeld

Stijn Stijnen heeft de reputatie een luiaard te zijn, althans op training. Hij bestrijdt dat bij elke gelegenheid in interviews en wijst op zijn gedrevenheid in wedstrijdvormen die het gebrek aan ijver in het krachthonk zou moeten compenseren. De kritiek op zijn ‘minder atletische’ verschijning (nooit op zijn prestaties) was toch aangekomen, leek het want Stijn Stijnen begon fitter dan ooit aan het seizoen 2010-2011. Dom, hoe hij bij toeval al snel geblesseerd raakte aan de knie. Revalideren van een knieblessure is een hele opgave en voor iemand die graag ‘matchkes’ speelt, gaan krachthonk, core stability en aqua jogging extra snel vervelen. Ondertussen was back-up Geert De Vlieger aan een redelijke invalbeurt bezig, maar volgens bronnen rond De Vlieger zou de ‘Stijnen fan- en familieclub’ al snel campagne hebben gevoerd tegen zijn 39-jarige vervanger. Een lid van Club Brugge zag het ontsporen: ‘Club moest hunkeren naar Stijn, hem niet zomaar in de armen sluiten. Stijnen wilde de redder zijn van een zwalpende ploeg.’

Het draaide anders uit. Telkens hij bijna fit was, herviel Stijn Stijnen in de oude of in een andere blessure. Toen kon men beluisteren bij Club dat Stijnen geen zin had in antichambreren op de bank vooraleer hij zijn plaats onder de lat bij het eerste elftal kon innemen.

De bank bestaat bij sommige ploegen tegenwoordig uit gecapitonneerde zetels, maar de bank is vooral een aanslag op het zelfbeeld van de speler die week na week een hoeksteen was van zijn ploeg. Hoe groter het ego, hoe meer gedreven de sporter, hoe groter de pijn van het bankzitter zijn. De eerlijke reserve geeft toe dat hij/zij de concurrent alle plagen van Egypte toewenst en dan nog eens met alle zonden Israëls wil overladen om zelf te kunnen schitteren. Wie zich tevreden stelt met de bank is of wel erg jong, erg oud, of niet uit het goede hout gesneden. Het gaat niet eens om het geld – bankzitters hebben soms lagere premies dan starters – maar om de eer en de glorie.

De Coninck: ‘Toen ik op de bank zat bij Anderlecht, werd ik slecht behandeld door René Vander-eycken, maar ik kon daar mee leven. Ik had getekend als derde doelman en als ze allemaal fit waren, was dat mijn lot. Wat niet belet dat je op de bank hoopt dat de man in het veld iets te veel in de fout gaat waardoor je zelf eens een kans krijgt.’

Individuen in een ploeg

Een doelman: ‘De hiërarchie bij de doelmannen is onverbiddelijk. Als de spitsen in de aanloop naar de wedstrijd op afwerking trainen en de keeper een beetje als schietschijf dient, dan haalt de trainer de eerste doelman weg uit het doel en zet daar de tweede of de derde neer om van dichtbij te fusilleren. Leuk is anders.’

Maar bij de Nederlander Adri Koster lag de hiërarchie niet vast. Ondertussen was De Vlieger ook vervangen na een blessure en ten slotte gepasseerd door de nobele onbekende maar niet minder goed keepende Colin Coosemans. Niemand die nog verlangde naar Stijnen, behalve die enkelingen van de internetfora en een dertigtal diehards die ‘Stijntje Stijnen’ bleven schreeuwen. Alleen was Stijntje in de verste verte niet te bekennen, na vijf keer zijn wederoptreden te hebben aangekondigd.

De laatste ronde van Stijn bij Club

De Club-bron die liever anoniem blijft: ‘Stijn wilde niet op de bank gaan zitten voor iemand die toevallig zijn plaats had gekregen, dus raakte hij steeds weer geblesseerd. De staf vond dat best want die zagen een zeurende Stijnen ook liever niet op de bank zitten bij die labiele ploeg.’

Eerlijk is eerlijk, Stijnen zit nu in de schophoek, maar heeft zelf ook te maken gehad met deloyale concurrentie uit zijn eigen ploeg. Toen in 2008 in de pers lekte dat hij ‘het aan zijn rug had’ en daardoor kwetsbaar was op hoge ballen, kwam dat gerucht van een Club-speler. Stijnen weet dat en die rekening staat nog open.

‘Doelmannen zijn eenzaten, individuen in een ploeg. Wij treuren als we met 5-1 winnen en toch één onnozele bal binnen hebben gekregen. We jubelen van binnen als we met 1-0 verloren, maar het zonder ons evengoed 10-0 had kunnen zijn. Keepers spelen een andere sport. Die moet je ook anders aanpakken. Eddy Wauters had dat goed bekeken. Hij gaf alle keepers bij Antwerp FC de volle premie, precies om ze niet tegen elkaar op te zetten’, zegt Wim De Coninck die geen voorbeelden kent van doelmannen (of hun familieleden) die het zo bar speelden als de brede familie Stijnen. Wel herinnert hij zich Nico Claesen, een spits. Geen toeval, want die benaderen nog het meeste de keepers in hun individualisme. ‘Als Claesen wist dat hij op de bank zat, schopte hij op de laatste training hoogstpersoonlijk de andere spitsen Czernia en Severeyns van het veld, zodat hij kon spelen.’

Hoewel beïnvloeding van de publieke opinie via gerichte internetcampagnes geen alleenstaand feit is, heeft dit geval geen precedenten. In de buurt van wat Stijnen zou hebben geflikt, kwam heel even zijn vriend en collega-doelman Glenn Verbauwhede toen die als bankzitter twee seizoenen geleden vóór de wedstrijd KV Kortrijk-KV Mechelen bij een toevallige ontmoeting in het urinoir aan een Mechelse tegenstander de zwakke punten van zijn eigen concurrent-doelman zou hebben verklapt. Verbauwhede dreigde even te worden aangeklaagd voor bedrijfsspionage maar werd gerehabiliteerd en speelt nog altijd bij KV Kortrijk. Hij is evenwel ‘eigendom’ van Club en zou terugkeren na dit seizoen.

De kop boven een dubbelinterview Stijnen-Verbauwhede van vorig jaar eind maart luidde: ‘Er is bij Club geen plaats voor ons tweeën.’ Stijnen voegde daar aan toe: ‘Als Glenn komt, vertrek ik. Of Glenn vertrekt zelf definitief.’ De kans is levensgroot dat geen van beiden volgend jaar bij Club Brugge speelt, denkt Wim De Coninck. ‘Als ik Club was, ging ik met Colin Coosemans door.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s